De 15 Emslandkampen

Dokumentations- und Informationszentrum (DIZ) Emslandlager

Homepage

 

Tijdens het nationaal-socialisme werden in het Emsland uiteindelijk 15 kampen opgericht. De nieuwe machthebbers presenteerden de kampen, die van veraf nauwelijks konden worden onderscheiden van gewone barakkenkampen, aan officiŽle bezoekers als teken van de "nieuwe orde".  Maar voor de streng bewaakte gevangenen achter hoge elektrische prikkeldraadomheining vormden ze een permanente en niet weg te denken bedreiging. Ze hadden wisselende functies: concentratiekamp, gewoon en militair strafkamp en krijgsgevangenkamp.

De eerste kampen ontstonden als Pruisische concentratiekampen ter invoering en consolidatie van de dictatuur. Het grote aantal gevangenen en "bewaarden" en de noodzaak om de door de SA in het wilde weg uitgevoerde gevangennemingen in goede banen te leiden, resulteerde vanaf maart 1933 in de oprichting van officiŽle concentratiekampen.

Dat de kampen in het Emsland werden opgericht, had te maken met de (veilige) afgelegenheid van het gebied en de mogelijkheid om de gevangenen in te zetten bij de ontginning van het veen. Dit laatste sloot bovendien goed aan bij de nederzettingsideologie van de heersers en hun streven naar autarkie ter voorbereiding op de oorlog.

Als eerste concentratiekamp in het Emsland ontstond in juni 1933 BŲrgermoor. Er was plaats voor 1000 geÔnterneerden. Hier schreven politieke gevangenen in augustus het "Lied van de Moorsoldaten". Diezelfde zomer nog ontstonden er concentratiekampen in Esterwegen en Neusustrum,  met ruimte voor in totaal 2.000 gevangenen. De kampen waren bestemd voor zogenaamde "bewaarden": politieke gevangen overwegend uit het Roergebied en het Rijnland (sociaal-democraten, communisten, pacifisten, vakbondsmensen en intellectuelen). In 1934 werden BŲrgermoor en Neusustrum als concentratiekampen opgeheven en als strafgevangenissen onder beheer van justitie gesteld. Maar ook toen nog kwamen vele veroordeelden "in het veen" terecht - bijvoorbeeld wegens "hoogverraad". Dat betrof behalve bijbelvorsers, homoseksuelen, "arbeidsschuwe" en andere "negatieve elementen", zware criminelen en gewoontemisdadigers ook steeds een aanzienlijke groep politieke gevangenen. De criminalisering door het rechtssysteem van het nationaal-socialisme gebaseerd op het principe van "etnische reinheid" breidde zich naar willekeur uit. Alleen Esterwegen - net als Dachau een "modelkamp" van de SS - bleef tot de bouw van zijn opvolger Sachsenhausen in 1936 concentratiekamp.

De gevangenen werden slecht verzorgd en dag in dag in het veen te werk gesteld waar zij onmogelijk hard en zonder gebruikmaking van machines moesten zwoegen ter vervulling van een of ander utopisch tienjarenplan. Ze hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de opbouw van een infrastructuur in het in die tijd nog vrij ontoegankelijke Emsland. Tot meerdere eer en glorie van de plaatselijke autoriteiten werden er drainage, kanalen en wegen aangelegd. Wat door de nationaal-socialisten als een soort werkstraf tot nut van het algemeen werd afgeschilderd, betekende voor vele gevangenen niets anders dan "vernietiging door arbeid".Sachsenhausen

Omdat het aantal gedetineerden in justitiŽle inrichtingen in het rijk bleef stijgen en het ontginningswerk moest worden uitgebreid, kwamen er meer kampen en werd hun capaciteit verhoogd tot 11.000 plaatsen in 1937. Onenigheid tussen het hogere bestuur en de Reichsarbeitsdienst in Zuid-Emsland over de magere resultaten van het werk had tot gevolg dat deze instantie van haar taken werd ontheven. In 1938 werden derhalve nog eens acht strafkampen voor elk 1000 gevangenen opgericht, die evenwel in eerste instantie maar gedeeltelijk werden gebruikt.

Aan het begin van de oorlog werden in de zes noordelijke kampen in toenemende mate militaire strafgevangenen geÔnterneerd. Deze mensen waren door de krijgsraad veroordeeld voor onder andere desertie, ondermijning van de weerbaarheid, spontane acties van onvrede en  militaire diefstal. Nadat de ontginningswerkzaamheden in 1941 officieel waren beŽindigd, werden de gevangenen steeds vaker in de industrie en de particuliere landbouw ingezet.

De negen zuidelijke kampen deden vanaf 1939 dienst als krijgsgevangenkampen. De soldatenkampen in Versen (Stalag VI B) en Bathorn (Stalag VI C) waren twee van de in totaal 140 basiskampen voor krijgsgevangenen in het Duitse Rijk van 1941. Terwijl de Franse krijgsgevangenen volkenrechtelijk gezien overwegend correct werden behandeld, hadden de Sovjetkrijgsgevangenen (8.000-35.000  doden) het meest onder de  nationaal-socialistische rassenwaan te lijden. Daartussenin - wat hun behandeling betreft - stonden de  Poolse, Italiaanse en andere krijgsgevangenen. In Oberlangen zaten van december 1944 tot hun bevrijding door Poolse troepen in april 1945 vrouwen gevangen die waren gearresteerd in het kader van de in augustus 1944 begonnen Opstand van Warschau. In 1943/44 werden zogenaamde Nacht-und-Nebel-gevangenen, leden van het verzet in West-Europese landen, gedeporteerd naar de kampen Esterwegen en BŲrgermoor. In 1944/45 richtten den nationaal-socialisten de kampen Versen en Dalum in als bijkampen van concentratiekamp Neuengamme.

In hun diverse verschijningsvormen waren de Emslandkampen tot het einde toe een afspiegeling van de verschillende fases van de nationaal-socialistische heerschappij.